Voor de sfeer in en om uw woning!

Vissen

Een vijver is pas compleet als er vissen in zwemmen. Deze tips helpen u de juiste vissen te kiezen en een goed leefmilieu in stand te houden.

In een nieuwe vijver moet eerst een biologisch evenwicht ontstaan voordat u vissen kunt uitzetten. Hiervoor zijn zowel zuurstof planten als gewone waterplanten nodig. Zo'n zes weken na het planten kunnen de vissen erin.
Voor u de vissen 'loslaat', moeten ze even wennen. Vul een emmer met vijver water en  laat de vissen een half uur rondzwemmen en wennen aan de water samenstelling en -temperatuur.

De goudvis en zijn neef de shubunkin zijn sterke vissen die zich snel thuis voelen. Ze hebben wel eens de neiging de bodem los te wroeten, waardoor het water troebel wordt. Een laagje vijver substraat helpt dit voorkomen. De goudwinde is een prachtige vis, die graag aan de oppervlakte zwemt en daar op muggen jaagt.

De populaire koikarper is alleen geschikt voor grotere vijvers: hij kan wel één meter lang worden. Waterplanten zijn aan hem niet besteed, die zijn in één hap verdwenen. Zorg er altijd voor dat u alleen vissen bij elkaar zet die elkaar verdragen. Zet geen grote vissen bij kleine, anders krijgen de kleine vissen geen kans om te eten. Zet ook geen roofachtige vissen (zonnebaars, katvis, stekelbaars) bij b.v. goudvissen.

Onze tuin adviseurs kunnen u hier alles over vertellen.